Den Haag wil juist méér toeristen en zet een flink tandje bij in de citymarketing

Den Haag wil juist méér toeristen en zet een flink tandje bij in de citymarketing

Meer belevingen en meer banen

BRON

Terwijl Amsterdam zich steeds wanhopiger afvraagt hoe de aanzwellende stroom toeristen in goede banen te leiden is, wil Den Haag juist meer bezoekers lokken. Je zou denken dat er genoeg te beleven is in de hofstad – het Mauritshuis, het Binnenhof, Madurodam, de Pier van Scheveningen, maar nee.

We hebben méér bezienswaardigheden en attracties nodig’, zegt CDA-wethouder Karsten Klein (stedelijke economie). Hij is blij dat ‘dankzij stille diplomatie’ sinds twee jaar Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen in de zomer worden opengesteld voor publiek. Hij verheugt zich op de komst van het eerste Legoland Discovery Center in Nederland, dat zich gaat vestigen op de Boulevard in Scheveningen.
‘Ik ben bezig om meer attracties à la Legoland naar Den Haag te halen’, zegt Klein. ‘Ik mag er helaas nog niets over zeggen, want we zijn nog in onderhandeling.’

Den Haag ziet toerisme en recreatie als een belangrijke troef voor de lokale economie. Geen overbodige luxe, zegt Katinka Jongkind van het ING Economisch Bureau. ‘De Haagse economie groeit weliswaar goed, maar het herstel na de crisis blijft wel achter bij de andere grote steden. Den Haag met al zijn ministeries wordt van oudsher gedomineerd door een grote publieke sector. De rijksoverheid heeft de laatste jaren fors bezuinigd en dat heeft de regio hard geraakt.’

Den Haag wil zich daarom transformeren van een ‘klassieke bestuursstad’ naar een ‘ondernemersstad met internationale, innovatieve kenniseconomie’. Maar het zijn vooral laagopgeleide inwoners die moeite hebben om een baan te vinden, waarschuwt Jongkind van ING. ‘Een grote groep dreigt langdurig af te haken op de arbeidsmarkt. Daarvoor moet je banen creëren in bijvoorbeeld de horeca of recreatie.’

En dus moet er meer te beleven zijn in de stad. Zo zou wethouder Klein graag willen dat ook het Vredespaleis toegankelijk wordt voor publiek – nu kunnen bezoekers slechts mondjesmaat een rondleiding krijgen. Een kans biedt ook de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van de Haagse binnenstad naar Wassenaar. In de oude ambassade aan het Lange Voorhout wordt mogelijk het Eschermuseum gevestigd. Dat zit nu nog enkele deuren verderop in een paleisje dat ooit van koningin-moeder Emma is geweest.

‘Als Escher inderdaad naar de ambassade verhuist, willen wij in het paleis graag een museum inrichten met onze grote collectie Delfts Blauw’, zegt Anne de Haij van het Haags Gemeentemuseum. ‘Daar is zeker een groot publiek voor te vinden. Maar er zijn ook plannen voor een koninklijk museum in het paleis, in samenwerking met Paleis Het Loo in Apeldoorn.’

Inmiddels werkt één op de tien Hagenaars direct of indirect voor de vrijetijdseconomie. Om verder te groeien, zet Den Haag een tandje bij in de citymarketing. Momenteel wordt in Nederland, Duitsland, België en Engeland een reclamespotje uitgezonden waarbij twee acteurs letterlijk een ‘duik in Den Haag’ nemen. Het Mauritshuis, de Ridderzaal en de Passage (het overdekte winkelcentrum uit 1885) zijn daarvoor in een zwembad nagebouwd.

‘We hebben 1 miljoen euro voor die campagne uitgetrokken’, zegt wethouder Klein. ‘We willen laten zien dat je hier cultuur kunt opsnuiven, gezellig kan shoppen én kunt genieten van de zee. Telkens als het filmpje in Duitsland is uitgezonden, krijgt de website van Den Haag marketing 20 duizend extra bezoekers.’

Evenementen zijn ook manieren om extra bezoekers te lokken. Deze zomer finisht de Volvo Ocean Race in Scheveningen. In Kaapstad trok de zeilboot van Team Brunel al veel bekijks door een zeil te onthullen dat is geïnspireerd op de iconische werken van Piet Mondriaan.
En Scheveningen viert dit jaar uitbundig dat het 200 jaar een badplaats is. ‘Twee eeuwen geleden werden al ezelritjes georganiseerd voor de badgasten en verhuurden de Scheveningers hun huizen aan toeristen’, zegt wethouder Klein. ‘Het was een soort Airbnb avant la lettre, om minder afhankelijk te zijn van visserij.’

Schrijver: Bart Dirks

More from the author